NTSC


Resolutie
1BGM: Videotechnieken / 2016_2017 / Laatste aanpassing op 2017-05-25.
Sorry had nog iets vergeten. Ik weet niet of dit belangrijk is of niet, maar het staat bij resolutie.
Op p.10 leidt u plots deze formule af:
α = 2 * Bgtg(b/2 /6b) = 9,5°
Welke stappen slaagt u hier over om plots aan die 9,5° te komen?
Ik ben hier al heel lang naar aan het zoeken maar vind geen oplossing.
Kan u mij even helpen aub?


(b/2)/(6*b)=0,08333333
Bgtg(0,08333333)=4,763°
4,763*2=9,5°

Als je info zoekt over bgtg:
Deze noemt ook  arctangens of boogtangens, aangeduid door atan of arctan of bgtan of tan-1
https://gamedev.stackexchange.com/questions/14602/what-are-atan-and-atan2-used-for-in-games
http://www.mathopenref.com/arctan.html
https://sinepost.wordpress.com/2012/02/16/theyve-got-atan-you-want-atan2/
https://www.mathsisfun.com/algebra/trig-inverse-sin-cos-tan.html

Ok en hoe komt u aan die 0,083333333?
Je hebt toch te veel onbekenden?


neen; Als je het herschrijft zoals hieronder, zie je dat je de ´b´ in teller en noemer mag schrappen:


90° faseverschuiving
1BGM: Videotechnieken / 2006_2007 / Laatste aanpassing op 2007-05-26.
waarom wordt de tweede modulator (I) met 90°+33° verschoven en de eerste (Q) enkel met 33°? Is dit om de kleuren te scheiden? (zoals assenstelsel: x- en y-as liggen 90° uit elkaar) Omdat de sinus en de cosinus 90° uit elkaar liggen. Het is een eis van QAM.

Chrominantie
1BGM: Videotechnieken / 2015_2016 / Laatste aanpassing op 2016-05-22.

Tijdens het studeren ben ik bij ntsc op de tabel waar chrominantie (U-V) en Luminantie (Y) in staat maar ook staat er C bij en bij mij staat daar bij ( Chrominantie = groote vector maar geen kleur) wat houd die C precies in?

De chrominantie is de hoeveelheid kleur die aan de helderheid wordt gegeven om een bepaalde tint te bekomen.
Je kan deze vergelijken met de term ´kleurigheid´ uit Colorimetrie.



Chrominantie
1BGM: Videotechnieken / 2016_2017 / Laatste aanpassing op 2017-05-27.
Op p. 95 wordt er gezegd “kleurinterpretatie is verschillend van 0. Hoewel er geen kleur is”. 
Wat bedoeld u daar precies mee

De zin die er staat is anders dan wat jij opgeeft: Indien we wit doorsturen hebben we voor Y, R en G de waarde 1.  De signalen die voor ons een kleurinterpretatie geven zijn verschillend van nul, hoewel er geen kleur is.
Dit verschil is van groot belang.  Eerst hadden we Y als luminantie-informatie voor zwart/wit TV.  Voor kleuren is men beginnen werken met de primaire kleuren R, G en B.
Als we Wit willen doorsturen, dan zijn R, G en B allemaal 1.  Maar wit is kleurloos, en toch hebben alle kleurcomponenten een waarde (R=G=B=1).
Dat is dus tegenstrijdig aan het concept van het begrip chrominantie, waar we enkel waarden willen verschillend van 0 als er daadwerkelijk kleur is.


Coder
1BGM: Videotechnieken / 2005_2006 / Laatste aanpassing op 2006-06-25.
Is het door het feit dat NTSC niet werkt met een alternerende fase dat dit gevoeliger is voor kleurenfouten door faseverschuivingen? 
Klopt.

Bij NTSC: wordt (R-Y) en (B-Y) gevormd uit het K-signaal?
Neen, R-Y en B-Y worden gevormd uit R, G en B of worden zo aan de NTSC coder geleverd.
Het K-signaal zegt enkel wanneer er in het videosignaal een salvo moet worden geplaatst. Dit is tussen de lijn-syncpuls en het begin van de actieve video
.

Dit lijkt bij PAL wel zo?
Neen.

Of is dat enkel maar dat Salvo dat daardoor wordt opgewekt?
Ja.

En is bij PAL: I en Q nog steeds 33° verschoven tov (R-Y) en (B-Y)-vlak?
Neen.

Bij NTSC (het deel van Cross luminance) hebt u het over het feit dat de beelden 180° gedraaid zijn aan een HALVE beeldfrequentie van 12.5Hz. Mijn redenering zegt dat je het dan hebt over de rasters die elke keer 180° gedraaid zijn en zo elkaar uitmiddelen? Maar dan zegt u wat verder dat de chromafase per beeld 180° wisselt, is dit nu echt beeld of raster?
De chromafraquentie is 227,5 keer de lijnfrequentie. Dat houdt in dat de fase 227,5 keer 360° verder draait. Iedere 360° komt overeen met een ganse toer, en maakt dus geen verschil. Door die ',5' komt er nog eens 180° bij. De fase verandert dus met 180° per lijn.
Er zijn 525 lijnen in een NTSC beeld. Dat is een oneven aantal.
Daardoor verandert de fase dus met een oneven aantal keren 180°. Een even aantal fasedraaiingen geeft 360°, een oneven aantal geeft dus 180° faseverschuiving per beeld.
Dit houdt in dat om de twee beelden de fase terug hetzelfde is. De halve beeldfrequentie is 12,5 Hz.


en dan nog een laatste vraagje: Hoort het hoofdstuk SECAM gekend te zijn?
Je moet weten dat het bestaat, dat het met frequentiemodulatie werkt, dat R-Y en B-Y één voor één worden gecodeerd (om de lijn) en niet R-Y en B-Y samen zoals bij PAL en NTSC.

Cross luminance
1BGM: Videotechnieken / 2004_2005 / Laatste aanpassing op 2006-06-25.
> Bij het blokken van de 1ste helft van uw cursus zijn er enkele kleine zaken
> die me nog niet helemaal duidelijk zijn, zijnde:
> - blz. 102: cross luminance: waarom wisselen de 2 beelden elkaar af aan halve beeldfrequentie en niet aan de gewone beeldfrequentie?
Door de gekozen definitie van NTSC zijn twee opeenvolgende beelden niet gelijk.  De waarde van de kleurendraaggolf verschilt immers aan het begin van het beeld (180° verschil tov het vorige beeld).
Maw, na het eerste beeld, komt het beeld met een faseverschil van 180°.  Het derde beeld heeft dan weer dezelfde fase als het eerste beeld.

Decoder - I Q
1BGM: Videotechnieken / 2003_2004 / Laatste aanpassing op 2006-06-25.
P99 NTSC decoder: het salovo wordt 180° verschoven tov de draaggolf in de coder, bij de decoder wordt het salvo uit het signaal gehaald en zo geregenereerd, hier is geen blokje om het 180° te draaien. Gebeurt dit gewoon in de draaggolfregenarator?
Inderdaad, hier wordt de draaggolf, deze op 0°, aangemaakt.
P105 waarom gebruikt men bij pal de gereduceerde kleurverschilsignalen U V en doet men niet de volgende stap, het verschuiven van 33° om I en Q te bekomen? Wat is hier het voor- nadeel van?
De bandbreedte voordelen die men kan halen bij deze extra verschuiving lijken niet op te wegen tegen de nadelen van de extra schakeling voor het verschuiven ervan.

Halve lijn offset
1BGM: Videotechnieken / 2006_2007 / Laatste aanpassing op 2007-05-26.
op p.90 (cursus 2006/2007) spreekt u over een halve lijn offset bij NTSC (onder kleurmodulatie). Wat bedoelt u daar eigenlijk mee?
Dat wil zeggen dat de lijnen uit het frequentie spectrum van de kleuren juist halverwege de lijnen van het luminantiespectrum komen te liggen. Dit doet men door de frequentie van de kleurendraaggolf zo in te stellen dat deze een vast aantel keren komma 5 de lijnfrequentie zal hebben.

I - Q
1BGM: Videotechnieken / 2008_2009 / Laatste aanpassing op 2009-05-21.
Bij het blokschema van de ntsc-coder volgt op de U-matrix de i-matrix en op de V-matrix de Q-matrix.
Maar U = geruceerde (B-Y) en V = reduceerde (R-Y).  En p.97 (tekening) staat dat Q 33° verschoven is tov U en I 33° verschoven tov V.
Het is mij bijgevolg niet er duidelijk hoe het komt dat in het blokschema dan niet staat U-->Q  en V--> I
Is dit een fout in het schema of heeft dit te maken met die verbinding dat er tussen beide matrices staat (ook van U naar Q , en van V naar i)

Omdat twee blokken in een schema op dezelfde hoogte staan, wit dit nog niet zeggen dat ze noodzakelijk meer met elkaar te maken hebben.
Als je inderdaad het schema goed bekijkt, dan zie je dat er naar de I en de Q blok steeds signalen gaan van zowel de U als de V matrix.  Op die manier zijn ze dus evenwaardig aangesloten.

 


Wanneer er bij NTSC wordt overgegaan van U,V naar I,Q snap ik denk ik wel waarom ze dit doen (namelijk om de bandbreedte te beperken) maar niet hoe een faseverschuiving van 33° hier voor kan zorgen. Of zorgt deze faseverschuiving hier niet voor maar is dit een gevolg en wordt er daarom gemoduleerd met een draaggolf die 33° vershoven is?
Deze faseverschuiving op zich zorgt er niet voor dat er een bandbreedtebeperking kan komen, maar wel de eigenschappen van het oog.  Voor de kleuren op de Q-as heeft het oog een lagere resolutie, en is een lagere bandbreedte in het videosignaal voldoende.  De I en Q assen liggen 33° verschoven ten opzichte van de U en V assen.
-> Q-channel bandwidth: At 400 kHz less than 2 dB down. At 500 kHz less than 6 dB down. At 600 kHz at least 6 dB down.
-> I-channel bandwidth: At 1.3 MHz less than 2 dB down. At 3.6 MHz at least 20 dB down.



Kleurverschilsignalen
1BGM: Videotechnieken / 2011_2012 / Laatste aanpassing op 2012-05-17.
ik begrijp het concept van kleurverschilsignalen niet volledig; het komt vooral door de zinnen:
"Indien er wit in de scène is zullen R, G, B en Y gelijk zijn."
En dan onder "Overdracht van kleur":
"Indien we wit doorsturen hebben we voor Y, R, en G de waarde 1. De signalen die voor ons een kleurinterpretatie geven zijn verschillend van nul, hoewel er geen kleur is." (?!)
Het lijkt me dat deze zinnen elkaar tegenspreken, maar dat kan ook zijn omdat ik echt niet begrijp wat je bedoelt met de laatste 2 zinnen.

Voor Wit zijn alle kleuren even veel aanwezig:
R=1
G=1
B=1
Voor de luminantie geeft dit:
Y = 0,3 R + 0,59 G + 0,11 B = 1
De kleur wordt in video doorgegeven door de kleurverschilsignalen: R-Y en B-Y
Voor wit geven deze:
R-Y= 1-1 = 0
B-Y= 1-1 = 0

het wordt al ietsje duidelijker, maar ik begrijp nog altijd niet waarom men gekozen heeft om de kleurverschilsignalen te gebruiken. (Ik herinner me nog iets vaag uit de les, het staat ook in me notities, maar té bondig.) En waarom niet gewoon verder is gegaan met de formule van het XYZ-systeem van het CIE (het had iets te maken met "het wit" dat geen 1 mocht zijn of zoiets ...)

XYZ geeft ook virtuele kleuren, Y is de luminantie, dus dat is te vatten en te tonen, maar X en Z geeft geen echte intrepretatie.  R-Y en B-Y hebben dit wel.
R-Y en B-Y zijn  ook eenvoudiger te bekomen: eerst Y berekenen (die hebben we in de twee gevallen nodig), en daarna R-Y en B-Y maken.
R-Y en B-Y hebben ook een interpretatie voor ons; door deze waarden aan te passen , kunnen we ook op een eenvoudige manier de kleurtoon van een beeld aanpassen.
Bij het begin van kleurenTV, NTSC, hebben ze een afgeleide van YUV gebruikt met de I en de Q assen waar een bijkomende bandbreedtebeperking kunnen geven.
Een even belangrijk gegeven is dus ook de bandbreedte voor de kleuren die beperkt wordt.
In het TV-toestel, waar je ook R, G en B nodig hebt, moet enkel (R-Y) + Y en (B-Y) + Y gedaan worden om R en B te bekomen.


R-Y, B-Y vs. C
1BGM: Videotechnieken / 2014_2015 / Laatste aanpassing op 2015-05-31.
Is het gekwadratuuramplitude-gemoduleerde signaal bij de NTSC het C-signaal (kleurensignaal), of zijn het de R-Y en B-Y-signalen (kleureninformatie) die gekwadratuuramplitudegemoduleerd zijn?

Of, is het C-signaal gekwadratuuramplitudegemoduleerd EN het R-Y en B-Y-signaal amplitudegemoduleerd, en liggen ze gewoon samen vervlochten tussen de grondtoon en de harmonischen?
Wat mijn vraag eigenlijk is: is uw benaming in deze context van kleureninformatie en kleurensignaal dezelfde? Benoemt u het R-Y, B-Y en C als hetzelfde, wat gekwadratuuramplitudegemoduleerd is, of zijn het effectief twee aparte zaken, die ook anders gemoduleerd zijn?

Normaalgezien gebruik ik steeds C voor de gekwadatuurmoduleerde versie van R-Y en B-Y.

Resolutie
1BGM: Videotechnieken / 2003_2004 / Laatste aanpassing op 2006-06-25.
In het samenvattende kader staat dat NTSC werkt met 525 beeldlijnen. Zijn dit bruikbare beeldlijnen. En waarom zijn het er maar 525 in tegenstelling tot 575 zoals we gezien hebben in een van de eerste delen van de cursus.
Heeft dit te maken met de versnelde beeldfrequentie bij een gelijke lijnfrequentie ?
Het gaat hier over het totaal aantal lijnen in een beeld. Bij NTSC heeft men hiervoor gekozen bij het opstellen van de norm.
In het begin van de cursus bespreek ik hoe men het aantal lijnen heeft bepaald voor de norm bij ons: PAL.


U - V
1BGM: Videotechnieken / 2005_2006 / Laatste aanpassing op 2006-06-25.
In de cursus van videotechnieken voor 1 BGM, staat in het hoofdstuk NTSC, op pagina 89 de waarden voor V en U, nu is het zo dat achteraan op pagina 289 deze waarden omgedraaid staan. Zou u mij kunnen laten weten welke de juiste waarden zijn?
De waarden moeten de volgende zijn:
U = 0.493 (B-Y) 
V = 0.877 (R-Y)