Draadloze communicatie


Diversity
2BGM: Transmissie 2 / 2014_2015 / Laatste aanpassing op 2015-05-31.
Zou u mij aub het verschil tussen 'Pseudo Diversity' en 'True Diversity' eens kunnen uitleggen aub? Ik zie het verschil niet tussen de twee.

Bij peudo is er één receiver, demodulator, die schakelt tussen de twee antennes.


Bij True diversity zijn er twee receivers, en er wordt geschakeld tussen uitgangen van de twee demodulatoren.




Diversity
2BGM: Transmissie 2 / 2015_2016 / Laatste aanpassing op 2016-04-26.

Ik vroeg me af of u wat meer uitleg zou kunnen geven over de slides van Transmissie 2 die op p 15 en p 16 staan van de pdf. (Dat zijn de slides over ontvangst waar wordt gesproken over o.a. true diversity en pseudodiversiteit)

Een van de problemen van de draadloze ontvangst is dat men werkt met draaggolven op bepaalde frequenties.  De frequentie bepaalt ook de golflengte van de draaggolf (=lichtsnelheid / frequentie).  Die golven kunnen op verschillende manieren van de zender tot de ontvanger geraken.  Een eerste manier is in rechte lijn van de zender tot de ontvanger.  Maar de zender kan in alle richtingen uitstralen.  Zo kunnen er ook golven van de zender naar de ontvanger geraken door eerst tegen een geleidend voorwerp te botsen en te reflecteren.  De golven die aan de ontvanger aankomen kunnen dus een andere, langere weg, hebben afgelegd.  Daardoor komen de golven niet meer in fase aan bij de ontvanger.  Golven die volledig of gedeeltelijk in tegenfase bij de ontvanger aankomen zullen elkaar volledig of gedeeltelijk uitdoven, waardoor de ontvanger het signaal niet goed meer kan gedecodeerd.

Om dit probleem tegen te gaan moet dit uitdoven van de golven worden voorkomen.
Dit doet men door het signaal 2 maal verschillend te ontvangen.

Een eerste manier is om uit te zenden op 2 verschillende frequenties.  Door verschillende frequenties te gebruiken, heeft men ook verschillende golflengtes, waardoor de plaatsen waar de golven elkaar uitdoven niet dezelfde zijn.  De kans dat de ontvanger op een plaast staat waar de 2 frequenties alletwee een dead-spot hebben is klein.

Een tweede manier is om het signaal op 2 verschillende plaatsen te ontvangen.  De kans dat die twee plaatsen alletwee een dead-spot zijn, is klein.
Deze manier wordt meestal gebruikt, omdat maar één zender gebruikt moet worden.

Het combineren van deze antennes kan op verschillende manier gebeuren.

één ontvanger:
Een eerste manier is de
´passive antenna combining´.  Hier wordt het signaal van 3 antennes die op een bepaalde manier ten opzichte van elkaar zijn opesteld gecombineerd tot één sinaal.  Door de juiste opstelling van de antennes zal er geen dead-spot zijn, maar hebben we wel steends een zwakker signaal.  Deze manier beperkt dus de afstand tussen de sender en de ontvanger.

Bij ´antenna phase switching´ wordt de fase van één van de twee antennes omgedraaid als er tegenfase voorkomt.  Het schakelen van de antennefase kan leiden tot hoorbare kliks in de audio.

Bij ´antenna switching´ zal de ontvanger het signaal van één van de twee antennes gebruiken.  Als dit signaal slechte ontvangst geeft, zal overgeschakeld worden naar de andere antenne.

twee ontvangers:
Bij receiver switching wordt het signaal van de twee antennes gedemoduleerd, en wordt naar het betere van de twee signalen geschakled.

Bij receiver combining gaat men er van uit dat de twee ontvangers steeds een goed signaal hebben, en slechts op bepaalde momenten een slechte output hebben.
Meestal wordt 50% van ieder ontvanger gebruikt, maar bij het wegvallen van een van de twee signalen, wordt meer gebruikt van het beste signaal.

Afhankelijk van met welke organisatie je spreekt, zullen verschillende definities van pseudo- en true diversity gegeven worden.
Voor de eenvoud neem ik hier als onderscheid tussen de twee dat pseudo-diversity gebruik maakt van meerdere antennes, geschakeld naar één ontvanger.
Bij true-diversity worden de signalen van twee antennes aangeboden aan twee ontvangers, en wordt het gedemoduleerde signaal van de twee ontvangers geschakeld of gemixt.


Dynamiek
2BGM: Transmissie 2 / 2014_2015 / Laatste aanpassing op 2015-05-22.
Ik had nog een vraagje bij de afbeelding die u vindt in de bijlage.
Voor mij is het niet helemaal duidelijk hoe ik deze grafiek moet interpreteren.
Pre-emphasis wilt zeggen dat de hoge frequenties in amplitude versterkt worden, dit om een betere S/R te bekomen, maar tegelijk zie ik dat het signaal in dynamiek kleiner gemaakt wordt over de transmissie (door middel van compressie?). Werken deze fenomenen elkaar dan net niet tegen?



Pre-emphase is een effect dat op de hoge frequenties inspeelt, om een gelijke SNR te krijgen over het hele audiospectrum.
De compressor-expander werkt op het gehele spectrum om de dynamiek te vergroten.
Bij een versterking (pre-emphase), verandert de dynamiek niet.  De dynamiek is de verhouding tussen de lage en de hoge amplitudes.  Bij een versterking, blijft deze verhouding gelijk.
Voor een optimale werking moeten de limiter, pre-emphase en compressor in de zender correct èn in functie van elkaar worden ingesteld.


Lengte antenne
2BGM: Transmissie 2 / 2014_2015 / Laatste aanpassing op 2015-05-31.
Bij de verschillende soorten antennes sprak je van de fysieke en elektrische lengte. Klopt het dat de fysieke lengte gaat over hoe lang de antenne (het uitwendige wat we kunnen zien) is, en de elektrische lengte gaat over hoe lang de 'draad' (die er in zit) is. En die twee dan kunnen variëren als de 'draad' bijvoorbeeld opgewikkeld is, en daardoor dus de fysieke lengte verandert, maar de elektrische niet?
Dat is één van de verschillen, je hebt ook nog het verschil van snelheid in de lucht en in de draad.
Bij antennes wordt alles bekeken infunctie van de golflengte.  Deze is dus verschillend in de lucht en in de geleider.