Componenten


Condensator
1BGM: Transmissie 1 / 2016_2017 / Laatste aanpassing op 2017-01-08.

Ik snap niet 100% wat een condensator is/doet.

De elektrische stroom is een beweging van elektronen in een geleider.
Zo zullen geleiders elektronen geleiden in een circuit waar een lampje met twee stroomdraden verbonden is met een batterij.

De kracht die die elektronen ondervinden, en die ze dus doet bewegen hangt af van de spanning van die batterij.

De elektronen hebben ook steeds een elektrisch veld dat er voor zorgt dat de negatieve elektronen zich van elkaar wegduwen.  Negatief stoot negatief af.
Hoe dichter de elektronen zich bij elkaar bevinden, hoe sterker de onderlinge afstotingskacht die ze ondervinden.

Als we twee geleidende platen op een zekere afstand van elkaar zetten, dan zullen de elektronen van de ene plaat de elektronen op de andere plaat afstoten.
Door een spanning tussen de twee platen te zetten (Vc in de figuur hieronder), zal deze spanning een grotere kracht geven van de elektronen van de ene plaat naar de elektronen op de andere plaat.  Door de kracht van deze spanning op de elektronen zullen de elektronen dichter bij elkaar worden gedrukt.  Hierdoor wordt de afstotingskracht tussen de elektronen ook groter.  Omdat de elektronen zich dichter bij elkaar bevinden, zitter er dus ook meer elektronen dan daarvoor, en is er dus meer negatieve lading.  De condensator is nu een soort van reservoir voor elektronen.  Hoe hoger de spanning op de condensator, hoe groter de lading die wordt opgeslagen.

Als we nu de draden aan de condensator los maken, zitten er nog steeds die elektronen op, wat een groter aantal is dan in de rusttoestand.  Doordat er meer elektronen op zitten, is er een groter elektrisch veld, en staat er over de condensator een spanning.
Die spanning kunnen we daarna weer gebruiken als spanningsbron.  Dit wordt bv. gebruikt om het licht van een fiets te laten branden als je stil staat aan het rode licht.

Hetzelfde aantal elektronen die we aan de ene kant van de condensator `bijduwen`, komt er uit aan de andere plaat van de condersator.
Het zijn wel niet de elektronen van de ene kant die er aan de andere kant uit komen, het zijn er andere.  Tussen de twee geleiders is er immers een isolator.  De elektronen van de ene kant duwen die van de andere kant weg met het elektrisch veld dat ze genereren.

Als de kracht, de spanning, over de condensator hetzelfde blijft, zullen er geen extra elektronen in beweging komen.  De spanning over de condensator en het elektrische veld zijn in evenwicht.  Als we de spanning veranderen, is dit niet meer in evenwicht met het elektrisch veld van de elektronen, en zullen er meer (als de spanning vergroot) of minder (als de spanning vermindert) elektronen nodig zijn om het elektrisch veld in evenwicht te brengen met de spanning.  Enkel bij een veranderende spanning zullen er dus elektronen bewegen.  Als elektronen bewegen hebben we stroom.  Een condensator zal dus meer geleiden als de wisselingen sneller opvolgen: hoge frequenties.  Een condensator zal dus meer geleiden als de frequentie stijgt.




Diode
1BGM: Transmissie 1 / 2015_2016 / Laatste aanpassing op 2016-01-03.

Ik weet dat een diode een gelijkrichter is maar wanneer precies laat die stroom door?

Een diode op zich is geen gelijkrichter.  De gelijkrichter is een schakeling die gebruik maakt van de diode, bv. de bruggelijkrichter.
De diode is een component die de stroom maar in één richting door laat.
De diode laat stroom door als de anode een positievere spanning heeft dan de kathode.



Klasse B versterker
1BGM: Transmissie 1 / 2015_2016 / Laatste aanpassing op 2016-01-03.
Doordat een klase B versterker op 0% gebiased is, kunnen we zeggen dat het een pulserende gelijkspanning doorvoert en als een gelijkrichter wordt beschouwd?
Neen, het i geen gelijkrichter.
Een klasse-B versterker is opgebouwd uit twee versterkertrappen die elk één polariteit voor zich nemen.
De klasse B versterker versterkt dus het volledige signaal.



Spoel
1BGM: Transmissie 1 / 2015_2016 / Laatste aanpassing op 2015-12-26.
Een spoel alleen houd stroomveranderigen tegen normaal gezien, maar bij transfo´s werkt het op het
principe van veranderende magnetische krachten die wordt omgezet in een nieuwe spanning/stroom in de
2de spoel van de transformator.. Dit spreekt elkaar toch wat tegen?

Een spoel houdt de verandering van stroom tegen omdat daardoor de enegiedichtheid van de magnetische velden variëert.
Bij een transfo zorgt de tweede wikkeling voor het wegnemen van die verandering van energiedichtheid door in de tweede wikkeling een alektrisch vermogen te creëren.


Statische elektriciteit
1BGM: Transmissie 1 / 2015_2016 / Laatste aanpassing op 2015-12-26.
bij die electrostatic discharge, als dat langer zou duren dan 30ns
zou dit dodelijk kunnen zijn in een situatie waar ge bv. aan een kunststof tafel zit bij een luchtvochtigheid
van 28% en ge 6kV geladen zijt?

Vanaf hoeveel ns het dodelijk zou zijn weet ik niet precies, maar een te lange stroomstoot is zeker dodelijk.
Om een langere stroomstoot te hebben moet je wel meer opgeladen geraken, en dit is zonder extrene spanningsbronnen niet mogelijk.


Transistor
1BGM: Transmissie 1 / 2014_2015 / Laatste aanpassing op 2015-05-14.
Kan u het verschijnsel 'transistor' nog even kort verduidelijken waarvoor deze exact gebruikt wordt en wat de werking ervan is?

De transistor is een component die stroom versterkt.
De stroom die door de collector gaat is maximaal beta * de stroom door de basis.
beta is de verterkingsfactor van de transistor.
Dit is wel een vereenvoudiging.  De weerstanden in de schakeling, en de voedingsspanning die worden gebruikt, bepalen de maximale stroom die er kan vloeien.  De theoretische stroom door de collector is
beta * de stroom door de basis, maar kan ook beperkt worden door de weerstanden.  Als de weerstand aan de collector en de emittor samen 1000 Ohm zijn en de spanning is 5V, dan is de stroom maximaal 5mA.  Als beta =100, en de stroom in de basis is 1mA, dan zal, volgens de versterking de stroom 100*1mA=100mA zijn, maar de weerstanden houden dan tegen tot 5mA.
Er is ook nog een tweede vereenvoudiging.  Dat de collectorstroom
beta * de stroom door de basis is, klopt enkel ik het lineaire gebied.  Aan de uitersten (heel kleine stroom en heel grote stroom) treden er vervormingen op.  Vandaar de volgense slides ivm. vervormingen.
Ook is het zo, dat de transistor enkel met stromen in één richting kan werken.  Daarom moet voor negatieve stromen/spanningen een oplossing worden gevonden: klasse A - B A/B versterkers.