Tijdcode


LTC
1PM: Basisbegrippen Video / 2015_2016 / Laatste aanpassing op 2016-06-19.
Ik snap het concept van LTC niet volledig. Waar juist wordt de tijdscode dan bewaard?  (longitudinaal, als een audiosignaal? Ik weet niet echt hoe ik mij dit moet voorstellen)
Tijdcode is info over het beeld- of audiofragment dat men heeft opgenomen.  Tijdcode is een digitale voorstelling van de ´timestamp´ die men aan ieder beeld wil geven.
Tijdcode kan digitaal in het beeldbestand worden opgeslagen, maar niet alle systemen laten dit toe.  Bijna alle systemen laten toe om audio op te nemen.  Als we het digitale signaal van de tijdcode op een luidspreken zouden aansluiten, horen we een geluidssignaal zoals in : https://www.youtube.com/watch?v=uzje8fDyrgg
We kunnen dat digitale tijdcodesignaal dus ook als een geluidssignaal behandelen, en dus ook opnemen op een audiokanaal op een video-opname.
Hiervoor werd vroeger een afzonderlijk geluidsspoor op de videobanden gezet.  Dit was een
´lineair spoor´ vanwaar de naam ´Longutudinal Time Code´.  Het lineaire spoor wordt evenwijdig aan de bewegingsrichting van de videoband opgenomen.
Ter info, maar dat valt helemaal buiten de leerstof, de videosporen worden helicoïdaal, dwars, op de band gezet.



VITC
1ASS: Basisbegrippen Video / 2015_2016 / Laatste aanpassing op 2016-06-15.

Ik had namelijk nog een vraag over het examen. Er is me iets niet duidelijk. 

Bij hoofdstuk 3 (Tijdcode) praat u bij puntje 3.3 (V.I.T.C.) over "625/50 systemen" en lijnen "5/318" en "23/336". Ik begrijp eigenlijk niet 100% wat lijnen zijn... In hoofdstuk 1 staat dat lijnen in spanningen worden uitgedrukt, maar ik zie het verband niet helemaal. Zou het mogelijk zijn om dit kort even uit te leggen?

In 1.2 wordt uitgelegd hoe een beeld wordt opgebouwd: in de norm PAL zijn dat 625 lijnen.  Van die 625 lijnen bevatten er 576 een videosignaal.

Het beeld is geïnterlinieerd, wat wil zeggen dat er twee rasters zijn, het eerste raster begin op lijn 1 bovenaan in het beeld.  Het tweede raster begint met lijn 313 bovenaan in het beeld.

In 1.3 wordt uigelegd hoe de videoinformatie in de lijn en zit.  Een hoge digitale waarde, of een hoge spanning geven een helder beeldpunt.  Lage waardes geven een donker beeldpunt.

VITC is een tijdcodesignaal dat in het beeld wordt gestoken.  Door het te zetten op de videolijnen die buiten het zichtbare beeld vallen, zien we ze niet op de monitor.
De VITC tijdcode wordt digitaal gecodeerd, waar de 1 en de 0 van het digitale signaal worden voorgesteld als een heldere of een donkere videowaarde.